‘Het Koningsboek’ – De Codex Regius in de hoofdrol

Op de overvolle uitstaltafels in de boekhandel is altijd wel lectuur te vinden waarin een boek of manuscript een rol speelt. Meestal voorzien van het predikaat ‘literaire thriller’. Als voorbeeld hier een korte schets van een boek van de IJslandse schrijver Arnaldur Indriðason, Het Koningsboek.

Het manuscript waar het in dit verhaal om gaat is de Codex Regius, de oudste en meest beroemde van de vier belangrijkste handschriften waarin goden- en heldenliederen uit IJslands ‘duistere tijden’ zijn vastgelegd. Geschreven in de 13e eeuw, maar pas in 1643 begint de geschiedenis van het boek als het in handen komt van bisschop Brynjólfur Sveinsson, die het in 1662 overdraagt aan de koning van Denemarken. Het boek werd daarna bewaard in de Koninklijke Bibliotheek in Kopenhagen.koningsboek.jpg

Het verhaal
Als het verhaal van het Koningsboek begint is het 1955. Een jonge IJslandse student, Valdemar, briljant in het lezen van oude handschriften, gaat studeren in Denemarken. Hij ontmoet daar een oudere, drankzuchtige professor Sigursvein. De professor, al jaren bezig met het bestuderen van de Edda, is op zoek naar een ontbrekend deel van de codex. Ergens tussen 1643 en 1662 is een kwarto uit het boek verdwenen en de professor weet Valdemar zo ver te krijgen om met hem op zoek te gaan naar deze ontbrekende acht pagina’s. Tegenstanders in deze zoektocht zijn leden van een Duitse nazi-broederschap.

Het duo komt er achter dat het kwarto zich in een graf in Duitsland moet bevinden. Als zij het daar in handen krijgen duiken de tegenstanders op en de Professor en Valdemar belanden in de cel.

Daar onthult de prof zijn ‘vreselijke geheim’ aan Valdemar. De professor had al voor het uitbreken van de oorlog het unieke exemplaar van de codex in zijn bezit om het te bestuderen voor een nieuwe publikatie. Tijdens de oorlog heeft hij, om het leven van een jonge vrouw te redden, een oud studiegenoot, inmiddels nazi-officier Von Orlepp, de plek onthuld waar het boekje was verborgen. Wat de professor eerder de Codex Secundus had genoemd, was een door hem nauwkeurig nagemaakt Koningsboek, om de verdwijning van het origineel te maskeren.

De professor is er altijd vanuit gegaan dat Von Orlepp de Codex Regius na de oorlog had meegenomen naar Zuid-Amerika. Zijn zoon Joachim wist echter dat zijn vader voor zijn vertrek het boek in Duitsland had verkocht en was ook op zoek naar het boek.
De jacht is dus niet alleen gericht op het ontbrekende kwarto, maar ook op het originele Koningsboek zelf. De uitgebreid beschreven speurtocht gaat door Nederland en Duitsland, langs personen die mogelijk nadere details over de verblijfplaats kunnen leveren. Er vallen doden, het duo wordt verdacht van moord en moet met een bootje naar Denemarken ontsnappen.

Uiteindelijk komen op een schip tussen Denemarken en IJsland alle figuren samen. Valdemar, professor Sigursvein, Sigmund, een antiquaar die het het origineel bezit, vader en zoon Orlepp met wat handlangers en nobelprijswinnaar Halldor Laxness. Een spannende apotheose volgt, waarbij het Koningsboek en het ontbrekende kwarto weer worden samengevoegd, maar vervolgens in de golven verdwijnen…

Over het boek
De uitgever presenteert het boek als ‘faction-thriller’. Vooral in de eerste helft kom je aardig wat te weten over de Edda en andere IJslandse geschriften die het cultureel erfgoed van dit land vormen.

Er staan soms wat vreemd vertaalde teksten in. In een inleidend hoofdstukje, spelend in 1863, wordt een graf geopend tijdens een loeiende storm en kletterende regenbuien, waarbij dit tafereel wordt bijgelicht door een kaarsvlam…
Op pagina 188 wilde Valdemar, gek van angst “de professor kastijden”. Op dezelfde pagina wilde een bediende de heer des huizes zijn ontbijt brengen, “maar hij vond hem toen in zijn bloed”.

Echt spannend vind ik het niet. Maar het is onderhoudend genoeg om het met genoegen uit te lezen.

Het Koningsboek is in 2008 verschenen bij Uitgeverij Querido.

culturehouse.jpg
De Codex Regius wordt nu bewaard in het Arni Magnusson Institute, dat deel uitmaakt van de Universiteit van IJsland. Het Instituut heeft alle IJslandse manuscripten in bewaring, die zijn teruggekeerd vanuit Denemarken in de periode 1971-1997. (Zie hier meer over de overdracht.)
Het gaat daarbij om een kleine 2000 handschriften die voor een groot deel werden verzameld door Árni Magnússon (1663-1730) die zijn collectie naliet aan de Universiteit van Kopenhagen.

In het nabijgelegen museum Culture House worden regelmatig manuscripten tentoongesteld in de Library Room (foto).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *